Snedebreedte

De snedebreedte (oftewel snijverlies) verschilt per materiaal en kun je opzoeken bij de materialen. Bij de meeste materialen is de snedebreedte ca. 0.2mm.

De kleinste gaten die je kunt maken zijn zo groot als de snedebreedte van de laser. Je tekent dat als een heel kort lijntje van 0.1mm.

De lasersnede komt midden op de lijn die je tekent. Wanneer je dus een lijn tekent dan verdwijnt aan beide zijden de helft van de snedebreedte.

Een voorbeeld met een snedebreedte van 0.2 mm
Wanneer je een rechthoekig gat van 2.0 x 4.0 mm uit snijdt dan wordt:

  • Het gat aan alle zijden 0.1 mm groter.
  • De afmeting het gat 2.2 x 4.2 mm.
  • De losgevallen rechthoek aan alle zijden 0.1mm kleiner.
  • De losgevallen rechthoek is dus 1.8 x 3.8 mm.

 

Je kunt in je tekening compenseren voor de snedebreedte. Dit is bijvoorbeeld nodig om nauwsluitende verbindingen te maken.

Verdergaand op bovenstaand voorbeeld kun je als volgt compenseren:

  • Om een buitenvorm van 2.0 x 4.0 mm te krijgen: teken de rechthoek 2.2 x 4.2 mm.
  • Om een gat van 2.0 x 4.0 mm te krijgen: Teken de rechthoek 1.8 x 3.8 mm.

NB: zowel de snedebreedte als de materiaaldikte kunnen variƫren.